Verschil tussen PI en identiteitswerk
Door Manon Ruijters
Waarin zit nu het verschil tussen het scherp krijgen van je professionele identiteit en identiteitswerk?
Ik had er een mooi gesprek over met de Belgische studenten aan onze Master Leren en Innoveren aan Aeres University of Applied Sciences Wageningen. Het was een gesprek dat mij hielp om het onderscheid en de samenhang te duiden tussen twee bewegingen die vaak door elkaar lopen: het expliciet verhelderen van je professionele identiteit en het (overwegend) impliciet omgaan met identiteitswerk in de praktijk.
In leersituaties, in ontmoeting, ontstaat ruimte om te onderzoeken wat voor jou van waarde is. Wat raakt je, waar sta je voor, wat wil je bijdragen? Je verkent als het ware de wolk aan kenmerken die samen jouw professionele identiteit vormen. Door te verzamelen, te benoemen en te ‘rijgen’, wordt zichtbaar wat er al is, maar nog niet altijd onder woorden kwam.
In de praktijk werkt het anders. Daar gaat het niet om verhelderen, maar om jezelf laten zien. Om het inzetten van wat je in huis hebt, juist wanneer het ertoe doet. Dat lukt niet altijd vanzelf. Soms ontstaat er spanning. Dat is niet alleen onvermijdelijk, maar ook nodig, want daar vormt en verdiept je identiteit zich. Tegelijk vraagt dat om zorgvuldigheid. Te veel of te weinig identiteitswerk, te lang achter elkaar, kan uit balans brengen.
Juist daarom helpt het om je professionele identiteit beter te leren kennen. Niet als doel op zich, maar als manier om bewuster te sturen in wat je inzet, waar je ruimte neemt en waar je begrenst. Zo wordt identiteitswerk niet iets wat je overkomt, maar iets waar je richting aan kunt geven.
De scheidslijn is dun. Wat je in de praktijk ervaart aan spanning, kun je op een rustiger moment onderzoeken. Juist het herkennen en terugkijken op identiteitswerk geeft nieuwe inzichten in wat jou vormt en drijft. Zo voedt de praktijk het verhelderen, en andersom.
En dan nog een nabrander over ons online gesprek, dat ging over leiderschap in het onderwijs. Daarin zit een extra laag. In de eerste laag gaat het om het expliciteren van de eigen identiteit, ten behoeve van het omgaan met identiteitswerk in de dagelijkse praktijk, onder andere om de eigen veerkracht te bewaken. Maar de impact reikt verder: leiders beïnvloeden ook het identiteitswerk van de mensen aan wie zij leiding geven. Dat vraagt dat zij zich goed kunnen inleven in de logica van de ander, je zou die ook kunnen duiden als diens ‘beroepsidentiteit’, en zich realiseren dat die waarschijnlijk wezenlijk verschilt van hun eigen beroepsidentiteit als leidinggevende.
