Reflecteren totdat het je neus uitkomt
[Manon heeft deze blog eerder op LinkedIn geplaatst en dat leverde veel reacties op: lees het artikel en de reacties hier]
“Al dat reflecteren, het komt me mijn neus uit!” Deze terloopse uitspraak van een student kwam binnen en bleef resoneren. Ik (Manon) bracht hem in tijdens een gesprek dat we (Bob Houtkamp, Derk Loorbach, Björn en ik) hadden vlak voor de vakantie toen kort ‘reflexieve monitoring’ ter sprake kwam. Reflectie. Je kunt er met goed fatsoen niet tegen zijn. Het is toch heel belangrijk? Maar de verzuchting van de student werd ook herkend en hem hardop uitspreken gaf lucht. Ik ging de vakantie in met deze puzzel: wat is eigenlijk het nut en de noodzaak van reflectie, en kun je dat ook nog een beetje spannend en aantrekkelijk maken?
Het heeft mij aardig bezig gehouden. Ik heb inzichten opgedaan, opgefrist en afgestoft. Concepten en ideeën die al lang met mij mee reizen kregen opnieuw en nieuwe betekenis. Ik kreeg er steeds meer plezier in.
Om te voorkomen dat het weer een boek werd, dacht ik aan een artikel. Uiteindelijk werd dat een aanloopje via een blog, om te voorkomen dat het te lang op de plank blijft liggen. Daarvoor vind ik het vraagstuk te belangrijk. Want waar ik achter kwam…
Is dat we reflectie misschien wel te veel hebben losgetrokken, versmald en platgeslagen. Niet uit kwade wil, eerder het tegenovergestelde: we realiseren ons hoe belangrijk het is en proberen het toegankelijk te maken. Vast niet iedereen, want er zijn hele boekwerken over geschreven. Maar eerlijk gezegd; in de praktijk betrap ik me er zelf ook op. “Laten we daar even op reflecteren…”, het is al snel gezegd. Jaren geleden schudde Hugh Sockett (1993 [1]) mij al wakker met de opmerking: ‘zonder norm geen reflectie’ (een citaat dat nu onterecht soms aan mij wordt toegeschreven, bij deze gecorrigeerd). Want inderdaad zonder norm beland je in’ napraten’ of gewoon babbelen. De noodzaak voor een norm zit eigenlijk al in het woord zelf. Om iets te spiegelen, moet je er iets voorzetten. Reflectie wordt productief als je twee kanten kunt vergelijken: voordien en nadien, jij en ik, oud en nieuw, hoe je het doet, en hoe je het wenst.
De ‘verplatting’ zit er misschien in dat we er te vaak een doel van maken. Reflecteren is evenmin een doel als leren. En hoewel ik leren en ontwikkelen regelmatig in eén adem gebruik, zie ik ontwikkelen wél als op zichzelf staand doel. Immers, je leert en reflecteert om je te ontwikkelen. In de wereld van leren en onderwijs is daarbij veel nadruk komen te liggen op de inhoud en is mentale ontwikkeling (het ontwikkelen van o.a. denken, voelen, waarnemen, verbeelden, bewustzijn, beoordelen, herinneren, verlangen…) meer en meer op de achtergrond geraakt en misschien wel vergeten. Mijn hypothese is, dat wanneer je reflectie weer ten dienste zet van mentale ontwikkeling, dat aan alle kanten winst oplevert:
- Voor lerenden, omdat het mentaal sterk worden een aantrekkelijk perspectief is en motiveert om daar jezelf op uit te dagen.
- Voor begeleiders (of het nu docenten, coaches of leidinggevenden zijn), omdat de zin van reflectie terugkomt en er meer repertoire en afwisseling mogelijk wordt
- Voor organisaties omdat het bijdraagt aan mentale gezondheid en flexibiliteit
- Voor onze samenleving omdat we stik hard mensen nodig hebben die beschikken over een sterke mentale kracht en complexiteit.
Dit denken en de grotere puzzel die daar achter schuilgaat (de relatie tussen reflectie, mentale ontwikkeling, mentaliteit, mental health, identiteitswerk) vraagt meer toelichting en uitwerking. En dat komt … maar natuurlijk niet in een blog.
Ik wil nog wel een kleine praktische stap maken om dit spoor voor het einde van de vakantie toch een soort punt-komma te geven. Aan het begin van deze vakantie, las ik, aangezet door een periode van kanker, het boek van Lieke Marsman, ‘Op een andere planeet kunnen ze mij genezen’. Gelukkig voor mij konden ze dat bij mij op onze planeet ook doen. Misschien was er daardoor in mijn hoofd wel ruimte voor de ‘reflectiepuzzel’, tijdens het lezen. Wat een rijke taal! En wat veel alternatieven voor reflectie kwam ik tegen: filosoferen, stelling innemen, ongemak onderzoeken, documenteren, fictief maken, ervaringen verzamelen, contrasteren, en nog veel meer. Ik heb ze vastgepakt, ze in verbinding gebracht met reflectie en mentale ontwikkeling en er kleine werkvormen van gemaakt. Ik neem er hier twee op als teaser, de rest volgt in nabije toekomst.
Fictief maken. Met fictief maken neem je afstand tot de werkelijkheid, je giet iets in een denkbeeldige vorm. Met fictief maken oefen je niet alleen het verbeeldend vermogen, het laat je ook spelen met ’wat als’ vragen. Door te vragen om iets fictief te maken, maak je het ook zachter. Het is tenslotte toch niet echt, dus je mag ook rare dingen bedenken, taboes omzeilen. Iets fictief kunnen maken, is een belangrijke stap in de mentale ontwikkeling; of liever gezegd je herwint een kracht die vaak in het volwassen worden verloren gaat. Een opdracht kan bijvoorbeeld zijn om een fictief verhaal te maken over een moeilijk onderwerp, over een samenwerking, over een ambitie, …
Ervaringen verzamelen. Bij het reflecteren blijven we vaak hangen en terugkijken op één ervaring. Het bij elkaar brengen van meerdere soortgelijke ervaringen, doet een beroep op ordenen en categoriseren. Je leert om op zoek te gaan naar patronen (wat je bij een ervaring niet doet). En de verzameling is zelden af, dus je kunt er ook op een langere termijn op door bouwen. Doordat al die ervaringen door een persoon bij elkaar gebracht worden, zeggen ze ook iets over die persoon. Er zit een stuk identiteit in. Het verzamelen is dus niet alleen interessant om meer aandacht te besteden aan het ordenen, maar ook om iets van je identiteit te leren kennen.
Wat ik hoop dat blijft hangen na dit blogje, is dat reflectie ten dienste staat van mentale ontwikkeling en in deze hoedanigheid meer variatie vraagt.
[1] Sockett, H. (1993). The moral base for teacher professionalism. Teachers College Press.