Professionals

Over het algemeen behandelen we het begrip ‘professional’ alsof het een helder concept betreft. Maar niets is minder waar. We verstaan er allerlei verschillende dingen onder, gooien professional en professioneel vaak door elkaar, en wisselen af met begrippen als vakman en leider. Maar bovenal plakken we grote groepen mensen het etiket ‘professional op’ met het bijbehorende verwachtingen pakket. (“wij zijn een organisatie van professionals”). Die combinatie van hoge en vage verwachtingen voor grote groepen mensen doen lang niet altijd goed. Ze staan zeker aan de basis van frustratie en uitputting. Reden genoeg om er even bij stil te staan.

Een tijdsgevoelig concept

Het begrip professional is in de geschiedenis altijd in beweging geweest. Het groeide als het ware met de tijd mee. Wist je bijvoorbeeld dat het begrip professional oorspronkelijk alleen voor medicijnen, recht en wijsbegeerte was gereserveerd? Of dat een professional niet altijd de connotatie van kundigheid heeft gehad? Er zijn tijdsperioden geweest dat het met name de hogere klasse, de mensen van ‘goede kom-af, waren, die zich presenteerden als professional, waardoor deze beroepen automatisch aanzien hadden. Deze mensen hoefden dus ook niet betaald te worden. Je moest het je dus wel kunnen permitteren om professional te zijn. Op die momenten was een ‘goede’ opleiding dus niet de basis van een professioneel bestaan. Later werden die opleidingen juist heel bepalend.

Hier ligt een link met het onderscheid tussen professional en amateur. Is de professional dan degene die het écht beheerst en de amateur van mindere kwaliteit (amateuristisch of professioneel)? Of is het een amateur die het gewoon voor de lol kan doen, en is de professional veel afhankelijker van allerlei invloeden van buitenaf? Of het onderscheid tussen professional en vakman: waar een vakman oorspronkelijk degene was die de producten leverde en de professional de diensten, werd de vakman later degene die met hart en ziel zijn vak uitoefende.

Hier zien we ook dat macht gaat spelen. In onze tijd heeft macht een grote invloed: steeds meer mensen vinden iets van wat de professional doet; de klant, maar ook de overheden en de media. Dat maakt dat de autoriteit die lange tijd hoorde bij het zijn van professional geen vanzelfsprekendheid meer is. Samen met het verlies van autoriteit is ook het verlies van autonomie waar te nemen. Werd je vroeger dorpsarts of -leraar en had jij het voor het zeggen in jouw vakgebied. Tegenwoordig zijn professionals in veel situaties verenigd in gezelschappen of organisaties. Regels en afspraken komen hoe langer hoe meer in het spel om op verschillende momenten en plekken toch een gelijke kwaliteit te waarborgen. Het is een logische, maar niet altijd een prettige beweging, die zich moeilijk laat balanceren met de noodzakelijke professionele ruimte voor het leveren van goed werk.

Standpuntbepaling

Je voelt al dat de betekenissen in elkaar overvloeien en met elkaar samenhangen. De betekenissen die door de loop van de tijd zijn ontstaan, hebben niet allemaal hun kracht en relevantie behouden. De vraag is wat in het hier en nu een behulpzame invulling van het begrip professional zou kunnen zijn. Laten pakken er een paar punten uit:

  1. Wij zien het zijn van professional als een manier om in je eigen vak te staan. Niet iedereen wil actief zijn eigen werk vormgeven. Er zijn tal van beroepsbeoefenaren die heel goed werk willen leveren, maar graag horen hoe en wat nu precies een goede kwaliteit is. Er zijn echter ook mensen die dat graag zelf bepalen, die actief kennis opzoeken, actief het vak vormgeven. De verwarring is dat die eerste groep ook ‘professioneel’ wil handelen. Professioneel en professional zijn eigenlijk van elkaar losgetrilt, net zoals vakman en vakmanschap; leider en leiderschap. Het lijkt ons van belang die beweging wel scherp waar te nemen en mee te nemen in ons gesprek. Al met al is de professionele groep aanzienlijk groter dan de groep professionals. Toch hebben deze vragen allemaal dezelfde talige basis. Ze verwijzen allemaal naar het Latijnse ‘profiteri’, dat staat voor het ‘openlijk verklaren’. We zouden dus kunnen afleiden dat professionaliteit te maken heeft met een combinatie van kwaliteit en openlijkheid. Professional, professionaliteit of professioneel zijn, gaan dus alle drie over het zichtbaar willen leveren van kwaliteit. Daar zit het verschil niet in. Het verschil zit wat ons betreft in de manier van vormgeven van je professionele bestaan.
  2. Wat ons betreft is de professional nog steeds een dienstverlener, ook al zitten er natuurlijk steeds vaker ‘maak’-aspecten aan een vak. Het ‘diensten’-karakter overheerst en juist dat maakt het onmogelijk om het geheel aan banden te leggen.
  3. Het is vooral de link met abstracte kennis die de basis vormt van het zijn van een professional. De toegevoegde waarde van een professional zit erin een vertaling te maken van die kennis naar de praktijk, de brug te zijn tussen wetenschap en praktijk. Kennis veroudert echter in hoog tempo. Het is dus niet zozeer de opleiding die relevant is, alswel de actieve verbinding met de wetenschappelijke wereld, het onderzoeken en opzoeken van relevante kennis en die verwerken tot toegankelijke informatie voor anderen.
  4. Autoriteit en autonomie hangen direct met het vorige punt samen. Sennet (2008, pg 71) zei ooit: “De meester heeft autonomie en autoriteit”. Het lastige is dat onze professies onder druk staan en te maken hebben met een afname in hun ‘autoriteit’, simpelweg omdat de kennis eveneens eigendom is geworden van het cliëntsysteem. Dat betekent dat een professional harder zal moeten werken om zijn eigen autoriteit zeker te stellen. Het ontwikkelen van een eigen expertise is daar onderdeel van.
  5. Het zijn van professional is eigenlijk nog nauwelijks een individuele aangelegenheid. Hoe langer hoe meer is het een collectieve kwaliteit. Wat goed werk is bepaal je samen. Professionele ruimte is dus ook een collectieve ruimte. Voor alle duidelijkheid: dit betekent dan weer niet dat we allemaal hetzelfde moeten weten en kunnen. Juist die individuele meerwaarde is van belang om het collectief en het vak in beweging te houden en te laten groeien.
  6. Ten slotte: Hoe zit het dan met ‘exclusiviteit’? De discussie welke groepen wel of niet op te nemen, zien we niet als zinvol. Wij zien geen reden om beroepen uit te sluiten. Het staat iedereen vrij om professional te willen zijn

We komen dan tot de volgende definitie:

Een professional is iemand die er voor kiest en zich erop toelegt, om met behulp van zijn/haar specialistische kennis en ervaring, klanten op een competente en integere manier steeds beter van dienst te zijn. Daarbij maakt hij/zij gebruik van, en draagt actief bij aan, een gemeenschap van medeprofessionals die het vak bij voortduring ontwikkelen (Ruijters & Simons, 2014).

Wat in het oog springt, is professionaliteit als keuze en professionaliteit als collectieve kwaliteit.

  • Het is een keuze in de manier van werken die je uitdaagt het beste uit jezelf en je vak te halen, waarbij je zelf aan het roer staat. Het is echter geen verplichting. Niet iedereen wil zo in het werk staan, en dat hoeft ook niet. Iedereen wil zijn werk goed doen, maar niet iedereen wil daarin zelf aan het roer staan. “Vertel mij maar wat er nodig is en dan zal ik zorgen dat het goed gebeurd”. Bovendien laat niet elke omstandigheid het toe om actief sturend in het werk te staan. Zo kan een thuissituatie reden vormen om een jaartje terug te stappen.
  • Het andere punt in deze positiebepaling is professionaliteit als collectieve kwaliteit. Professional ben je samen. Het samenwerken en ontwikkelen met collega’s is van centraal belang, samen zoeken naar goed werk, samen praktijk ontwikkelen. Je vak volledig naar eigen inzichten vormgeven, valt wat ons betreft niet onder de kop ‘professional’.

Voor organisaties is dit een nog ongewone manier van kijken naar professionals. Ze zijn gewend om te denken en praten in ‘iedereen moet professional zijn’. Wij zouden willen uitdagen dit alternatieve standpunt eens te onderzoeken en dus ook een tweesporen beleid te volgen in leidinggeven, leren en ontwikkelen. Waarbij de één niet beter is, maar wel anders. Waarbij niet op iedereen de druk ligt en dus bij anderen ook de frustratie en teleurstelling omdat het niet lukt. Acceptatie geeft ruimte, ontspanning en daardoor nieuwe mogelijkheden tot groei.

Dit gedachtengoed is door de loop van de jaren ontwikkeld in samenwerking met Robert-Jan Simons. We schreven er het artikel over: The real professional is a learning professional, dat via de downloads te verkrijgen is.