Professionele frames

Professionals die samen werken aan een opgave, moeten nu ook samen gaan bepalen wat normen zijn voor goed werk. Zonder norm geen reflectie en dus geen verbetering. Het komen tot gezamenlijke normen is echter niet eenvoudig. Je herkent het wellicht wel: wanneer een vraagstuk het hart van de professional raakt, ontstaat een energiek gesprek, maar vaak eentje met weinig structuur en veel zijpaden. Hoe vind je elkaar daarin?

Één van de centrale begrippen in deze ontwikkeling is ‘professionele frames’. Het is een centraal begrip in veel van ons onderzoek en experimenteren. Dit is dan ook een onderdeel van deze website waar aanvullingen te verwachten zijn. Voor nu neem ik een deel van mijn oratie op, waar ik redelijk beknopt heb toegelicht welk knelpunt ik in het professionele samenspel zie. Ik heb daarin geprobeerd om het begrip professionele frames te omzeilen, omdat we nog doende zijn daar beter grip op te krijgen.

“Laat ik beginnen met vast te stellen dat hedendaagse teams niet meer de teams zijn waar veel theorie op gestoeld is. Vaste teams worden vloeibaar, met semipermeabele grenzen en wisse­lende samenstellingen. Opgaven zijn vaak meer complex en emergent en samenspel van disciplines is aan de orde van de dag. Doordat je als profes­sional geen lid meer bent van één team, maar van een veelvoud aan teams, is er simpelweg niet de tijd en niet de ruimte om in elk van die teams op dezelfde manier te investeren, om elkaar en elkaars rollen telkens opnieuw te leren kennen.

Met deze beweging is een flinke storm te verwachten in het schijnbaar sta­biele teamwerk. De uitdaging ligt erin onze aandacht te richten op de opgave in plaats van teambuilding en teamontwikkeling, en juist rondom die opgave meer kort cyclisch te leren. In plaats van de focus op binnen, mag het eerder en meer gaan over de relatie met buiten. Er is wel behoefte aan teamvorming, maar dat ontstaat vanuit een andere bron, namelijk de wens om snel met elkaar te komen tot een beeld van wat ‘goed werk’ in een specifieke opgave. En dat is niet gemakkelijk. Zeker niet met de piket­paaltjes die op organisatieniveau al zijn geplaatst, de eigenaardigheden van de individuele professionals, en de handelingsruimte die hij of zij in speci­fieke situaties nodig heeft.

De noodzaak en weerstand rond professionele normen

Het werk van een professional wordt gekenmerkt door in elke context te zoeken naar wat hier goed is, door een continu balanceren tussen techniek (wat is vakmatig het beste), pragmatiek (wat is haalbaar), ethiek (wat is goed) en esthetiek (wanneer vind ik het ook mooi werk).

Beter worden in je werk, vraagt reflectie hierop. Zoals ik al eerder stelde, wordt vaak over het hoofd gezien dat zonder norm geen reflectie en dus geen verbetering mogelijk is. Het is een les die ik lang geleden heb geleerd van Hugh Sockett die zich verbaasde over de energie die werd gestopt in “eindeloos napraten”. Hoe kun je nu reflecteren als je niet bedacht hebt wat je norm is, riep hij dan uit. Sinds die tijd ben ik mij meer en meer gaan beseffen dat normen cruciaal zijn in ontwikkeling, goed werk en eigenlijk breder: ook het goede leven.

Maar het valt niet te ontkennen dat normen weerstand oproepen. Paul van Tongeren beschrijft dat als volgt:

“Normen hebben een grote objectiviteit, in de zin van uitwendig­heid. Of je erin geïnteresseerd bent of niet, ze bestaan en ver­plichten je – zeker wanneer ze in wetten, contracten of anderszins vastgelegd zijn. Maar de kracht die daarmee gegeven is, vormt de keerzijde van verschillende andere kenmerken van normen. Ten eerste hun negativiteit. Normen zijn doorgaans impliciet of expliciet verboden.

Ten tweede hun minimaliteit. Normen markeren doorgaans een ondergrens waar je niet onder mag vallen, een grens waar je binnen moet blijven. Maar ze zeggen niets over hoe je binnen die grens moet bewegen. Ten derde geldt voor normen dat ze vooral uitdagen tot overtreding.”

Dit is een herkenbare beschrijving die hij geeft. En toch wil ik er iets tegen­overzetten en dat is de pure betekenis van het begrip ‘norm’. We komen dan uit op ‘richtsnoer’, ‘maatstaf’ of gemiddelde’. Zoeken we verder bij Merriam-Webster dan komen we betekenissen tegen als:

1: een gezaghebbende standaard: model

2: een principe van juiste actie die bindend is voor de leden van een groep en dienen om goed en acceptabel gedrag te leiden, te beheersen of te regelen

3: gemiddelde: zoals

a: een vaste standaard van ontwikkeling of prestatie die gewoonlijk afkomstig is van de gemiddelde of gemiddelde prestatie van een grote groep

b: een patroon of kenmerk dat typisch is in het gedrag van een sociale groep

c: een wijdverspreide of gebruikelijke praktijk.

Wij hebben dit verhard, maar wat je ziet, is dat het begrip in de basis vrij neutraal van aard is.

Wanneer ik met mensen in gesprek ben over het belang van en de weer­stand op ‘normen’, komt steevast het moment dat mijn gesprekspartners zeggen: “ohh, maar jij hebt het over waarden”. En ja dat klopt. Ik heb het óók over waarden, aangezien collectieve normen ook in waarden verankerd zijn. Willen we het bijvoorbeeld hebben over ‘het belang van kennis delen’, dan ligt daarin verborgen de manier waarop je bent groot geworden en de waarde die thuis wel of niet werd en wordt gehecht aan collectiviteit. Met een gesprek over ‘waarden’ alleen, komen we er echter niet. We eindigen dan hooguit met begrip voor de ander, niet met een gemeenschappelijk uitgangspunt.

Normen hoeven niet in beton gegoten te worden. Sterker nog: liever niet. Ze werken beter als er bewegingsruimte in zit. Geen ‘goed of fout’, maar wel een basis om situatie specifiek te zoeken naar het gulden midden (denk aan de eerdergenoemde deugden). Met elkaar opbouwen wat we ‘goed werk’ vinden, waardoor we met elkaar kunnen reflecteren en groeien.

Uit eerste onderzoeken op dit vlak blijkt dat teams positiever kijken naar hun prestaties wanneer ze met elkaar normen hebben vastgesteld. Wat daar nog bij komt is dat deze beelden over goed werk bij dragen aan com­mitment, vertrouwen in het management en tevredenheid op het werk. Maar het is nog onbekend hoe we teams daarin kunnen begeleiden. Hierin is voor teams en organisaties, voor onderzoek en praktijk nog een wereld te winnen.

Meer weten over professionele frames?

  • Kijk eens in Je Binnenste Buiten. Hoofdstuk 7 en hoofdstuk 13 gaan erover.
  • Tom van Oeffelt, mijn collega bij Aeres Hogeschool Wageningen doet hier onderzoek naar. Ik kan je aanraden met hem contact te zoeken.
  • Een aantal artikelen hierover is in de maak. We houden je op de hoogte.